Hoe noemden wij de Goorse waterplassen? (ingezonden brief)

Een ingezonden brief van Harry Wolbers die we u niet willen onthouden. Hij reageert op het Oald Goor-artikel van afgelopen zondag over de ijsbaan in 1938 en de waterplassen waarop in Goor destijds ook geschaatst werd. Wolbers heeft een beleving vanuit zijn jeugd waarin erin de naamgeving wat verschilt. Hij pleit dan ook voor de terugkeer van nostalgische namen als Oma’s Gat en ’t Grote Gat (foto). Lees zijn relaas hieronder…

Ik heb met interesse en verbazing het artikel over de ijsbaan gelezen. Hoewel niet geboren in Goor maar woon ik er al wel, zeg ik voor het gemak, zo’n 70 jaar. Mijn verbazing is gebaseerd op mijn (jeugd-)beleving en hoe wij de waterplassen noemden…

Achter het station was het Bakker’s paadje en de tuinen van Bakker. Lekker appels gappen en werd je gesnapt door koffie-jantje (politieagent Bobbink) maar vaak vluchtten we het riet en de andere waterbegroeiing in. En hier bevond zich dan ook Oma’s gat zoals wij dat noemden. Dat zijn tegenwoordig de Kevelhammerhoek-vijvers.

Het Grote Gat waar in dit artikel sprake van is bevond zich aan de Waterstraat, waar nu het plantsoentje achter het oude gemeentehuis is. Ook stond er in het verleden op de hoek van de Waterstraat en de Stationslaan de smederij van Gait (Gerrit) Dikkers en op de plek van Eshuis en haar opslag de Landbouwloods. Daarnaast vond er vee-verhandeling en transport plaats. Ook werd er veel gevist vanaf de steiger aan de Waterstraat.

Ik ben dan ook van mening dat we voor achter het station de naam Oma’s gat en ’t Grote gat voor
de inmiddels niet meer aanwezige plas aan de Waterstraat moeten gaan gebruiken. Ik denk dat veel van mijn leeftijdsgenoten zich hier ook beter in kunnen vinden.

Harry Wolbers