Open brief over Cogasperikelen

Cogasziggobrief

Gorenaar Albert van Zundert stuurde onderstaande open brief naar de redactie van deze site aangaande de Cogas-perikelen:

Geachte redactie,

Prima te horen dat ook de politiek zich laat horen in het Cogas/Ziggo-verhaal. Het was D66-minister, Laurens Jan Brinkhorst, die zich destijds als minister van EZ hard heeft gemaakt voor opsplitsing van netwerkbeheer en leverantie van diensten. Dit zou concurrentie bevorderen en de klant keuzevrijheid bieden. In een brief van 30 mei 2014, gericht aan Ziggo-clienten, liet Cogas o.a. weten dat zij zich gaat richten op haar kernactiviteiten t.w. het aanleggen en beheren van netwerken. Hiermede zet Cogas zich overduidelijk neer als “beheerder” en past het niet om na het een-tweetje met Caiway de abonnementen van laatstgenoemde op te dringen. Keuzevrijheid was hetgeen Brinkhorst in gedachten had en die is er niet…

(meer…)

Ingezonden brief Jan ter Elst

Beste lezers,

Bij deze een reactie op het artikel over het foekepotten en de bijbehorende optocht. Hopelijk zijn er meer mensen van Apollo dan foekepotters want dan komt hoop ik -en met mij vele vele goorsen- een einde aan dit theater.

Foekepotten is een traditie dat kinderen op Oudejaarsdag langs de deuren gaan en niet in een optocht door Goor met een feestje in de Reggehof. Deze optocht heeft de hele traditie om zeep geholpen want de kinderen die meelopen met de optocht zijn te moe om nog langs de deuren te gaan. Laten we hopen dat er volgend jaar geen optocht meer is en dat de kinderen weer aan de deur komen en wij -GORENAREN-weer kleingeld moeten klaar leggen. Het Foekepotten maken zou trouwens wel door moeten gaan want de ouders van nu kunnen niet meer aan een varkensblaas komen.

Laat de lezers van Goorsnieuws zich maar uitspreken door middel van een poll: WEL of GEEN optocht? Ik heb 15 jaar geleden over bovenstaande al een stukje geschreven in het Goorse krantje en heb toen vele telefonische reacties gehad van mensen die het met me eens waren.

Jan ter Elst

Bach, Wagner, Wittrock. En Elvis

welbeschouwd1

Op bezoek bij een familielid elders in Twente ging het over Apollo. De oom had in de krant gelezen over het optreden in de Ridderzaal. “Ik dacht altijd dat Carl Wittrock één of andere Oostenrijkse componist was. De fanfare hier speelt ook stukken van hem”, vertelde hij. Het moge duidelijk zijn:  Apollo en zijn dirigent hebben zich op een fantastische wijze op de kaart gezet.

Veel mooier gaat het niet meer worden voor Apollo. Zou het orkest nog weer mogen optreden voor een publiek met op de eerste rij de koning, koningin, prinses en premier? Op het balkon in de historische zaal waar jaarlijks de troonrede wordt voorgelezen? Om het sprookje af te maken: dan ook nog eens een stuk spelen dat geschreven is door een dirigent die door de vereniging zelf is opgeleid.

Bach, Wagner, Wittrock. Klinkt toch als een klok? Natuurlijk draaf ik door. Maar daar heb ik een gegronde reden voor. Ik heb namelijk zelf ook een niet gering aandeel gehad in het hele gebeuren. Het is zelfs maar de vraag of Carl Wittrock en Apollo in de Ridderzaal gestaan hadden zonder mij.

We gaan terug naar die oom. Ik vertelde hem dat hij zeer waarschijnlijk de ouders van Carl wel eens was tegengekomen op een verjaardag van m’n ouders. Zijn reactie was er één van opperste verbazing: “Is dat doar ne zönne van? God, wat is de weerl’d klein”.  

Carl kwam ook regelmatig bij ons over de vloer. Zijn muzikale kwaliteiten bleven natuurlijk niet onopgemerkt. Hij besloot naar het conservatorium te gaan. Om toegelaten te worden moest hij voorspelen in een soort van examen. Hij wilde een liedje vertolken van Elvis Presley. En toen kwam ik om de hoek. Want ik had een songbook van Elvis waar al zijn hits op tekst, accoorden en muziek in stonden. Natuurlijk mocht hij dat van mij lenen. Carl werd toegelaten tot het conservatorium en de rest is geschiedenis. Dus glom ik ook van trots, net als de rest van Goor, toen ik Carl met Apollo zag schitteren in een live-uitzending op Nederland 1. Maar Carl, nog wel één vraagje: “Breng-ie dat book nog een keer weer?”.

Bert Schabbink

Ingezonden brief Carel Groothengel

DE LEUGEN REGEERT

Het CDA in deze gemeente maakt het wel heel erg bont als het om het bungalowpark Landgoed gaat. Jarenlang fervent voorstander maar ook jarenlang elk debat uit de weg gaand stemt deze partij ineens op het allerlaatste moment tegen. Hetzelfde is het geval met het varkenscluster. Ook hier weer jarenlang groot voorstander en ineens gaat de stekker er uit. In beide gevallen de initiatiefnemers achterlatend met miljoenen aan voorbereidingskosten en alle hoop gevestigd op de grootste partij in de Hof van Twente het CDA. Vanaf de start van beide projecten is het CDA elke debat over deze kwesties uit de weg gegaan. Hoe en waar mogen we van het CDA niet weten want dat zou ons geld kunnen kosten. Dat al die feiten gewoon in het arrest te lezen zijn (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2013:8549&keyword=2013%3A8549) maakt dat nogal bijzonder.

  1. 1.Uit het arrest blijkt uit een memo van 6 november 2008 van de projectleider Landgoed Hof van Twente die is opgesteld naar aanleiding van de bespreking op 3 november 2008 dat: Reactie stuurgroep gemeente: Uitponding is niet toegestaan kan eruit.
  2. 2.De CDA fractie heeft gelet op het eerder genoemde standpunt tijdens de vergadering een amendement, Uitponding is niet toegestaan ingediend. Het amendement van het CDA is met algemene stemmen aangenomen. Het college heeft zich tijdens deze raadsvergadering teruggetrokken en na de schorsing meegedeeld dat het college de voorgestelde wijziging van de realisatieovereenkomst heeft overgenomen zoals de raad heeft voorgesteld.
  3. 3.Verder is gebleken dat het college na het aannemen van het amendement van het CDA de raadsvergadering voor intern overleg heeft geschorst en bij die gelegenheid heeft besloten de tekst van de (reeds door Landgoed ondertekende) overeenkomst eenzijdig aan te passen om deze in overeenstemming te brengen met genoemd amendement. De aanwezige bestuurders van Landgoed (te weten de heren Brandriet en Temmink, directeuren van de respectieve vennoten die samen de VOF Landgoed vormen) zijn gevraagd om staande vergadering de aangepaste overeenkomst te ondertekenen. Omdat zij niet in de gelegenheid werden gesteld overleg te voeren met de afwezige directeur Van Leeuwen en evenmin in de gelegenheid werden gesteld advies bij derden in te winnen (akte sub 26). Zij hebben bij het college om uitstel gevraagd en dit is niet ingewilligd. Dit handelen van het college wordt door de rechtbank als een niet juiste en een onzorgvuldige handeling gezien. Het college heeft het verzoek om uitstel niet aan de Raad medegedeeld. De voorzitter van de Raad had dit in de besluitvorming door de Raad moeten meenemen.

De raad moet van het CDA zijn mond houden over zaken die gewoon voor iedereen op internet zijn te vinden. Natuurlijk zou het kunnen dat de rechtbank zich op de verkeerde feiten heeft gebaseerd. Dat zou bijvoorbeeld zo zijn als de gemeente meineed heeft gepleegd als het om de feiten gaat. Aannemelijk lijkt dat natuurlijk niet. Maar afgelopen zaterdag maakte de fractievoorzitter van het CDA het helemaal bont. Volgens hem is deze affaire de schuld van de raad. Die had maar kritische vragen moeten stellen. Nou hebben sommige fracties heel veel gevraagd en aan de orde gesteld behalve die van het CDA. Bovendien zet Harry Scholten de zaak op zijn kop. Het College dient met zijn grote ambtelijke apparaat de raad op de hoogte te houden en niet andersom. Als je op deze manier de rollen omdraait dan kun je als raadslid ook maar beter naar huis gaan. Politieke naïviteit dus van de bovenste plank. Dom maar ook heel onverstandig een dergelijke redenering. Als niet het college verantwoordelijk is om de Raad te informeren dan zullen we in Nederland nog wat kunnen beleven. Zou me wat zijn als de regering niet de 2e Kamer hoeft te informeren maar dat diezelfde kamer maar zijn best moet doen om de feiten te achterhalen. Gewoon te krankzinnig voor woorden deze opvatting van nota bene de grootste partij in de gemeenteraad. Als je zo weinig snapt van politiek dan moet je als CDA-kiescommissie je toch eens afvragen of zo’n lijsttrekker/wethouderskandidaat op de goede plek zit lijkt mij. Wat het nog veel erger maakt is dat hij voor Radio Hofstreek FM gewoon klinkklare onzin verkoopt door te beweren dat als de rechter even doorpakt een arrest wel in drie weken kan worden afgerond maar toch zeker niet langer dan hoogstens een jaar misschien twee jaar tijd kost. De waarheid doet er kennelijk niet meer toe in dit soort zaken.

Cassatie

Na het hoger beroep is cassatie mogelijk bij de HOGE RAAD. Bij dit college wordt uitsluitend naar de juridisch-technische kanten van het arrest van het hof gekeken. Als de HOGE RAAD het eens is met de uitspraak van het hof wordt het beroep afgewezen. Vindt de HR dat de uitspraak van het hof niet juist is, dan casseert (vernietigt) de HR het arrest.

Wat nog veel erger is dat het CDA met wat onduidelijke steun van de VVD ook geen debat wil over de fouten die er zijn gemaakt. Dat zou ons nog veel meer geld gaan kosten is de opvatting van het CDA en nu nog de VVD. Maar wat kost nu uiteindelijk meer, de aankoop van de verkeerde grond voor de brandweerkazerne (schade € 400.000), het zonder mandaat aankopen van een pand in Spoorstraat (schade mogelijk € 600.000) en dan nog de mogelijke schade als gevolg van fouten bij het bungalowpark. Geen van deze zaken zijn ooit in de Raad besproken en uitgesproken.

Zelfs de waarheid en de feiten achterhalen in een besloten raadsvergadering gaat deze partijen te ver. Het lijkt op vrees aan branden aan koud water.

We gaan vrolijk door want fouten toegeven is nu eenmaal moeilijk en een wethouder wegsturen is slecht zo voor de verkiezingen. Maar hoe voorkomen we dan dat we niet nog een vierde keer een dergelijke fout maken. Als CDA en VVD wethouder Sijbom niet weg willen of durven te sturen moeten ze dat maar aan de kiezers uitleggen. Dat ze met een rotsmoesje niet willen uitzoeken wat er nu steeds verkeerd gaat op kosten van de burgers moeten diezelfde burgers beide partijen op 16 maart bij de gemeenteraadsverkiezingen maar eens uitleggen lijkt mij.

Carel Groothengel

(vaste bezoeker raadsvergaderingen)


 

De trappers achter de oren…

welbeschouwd1

Daar stonden we met onze auto’s. Gevangen in de situatie. De één, een onzekere oudere dame, durfde de bocht niet om. De ander wilde voorrang geven, maar dat kon niet omdat de derde automobilist dat ook wilde. De vierde kwam aangereden en zag dat het kruispunt geblokkeerd was. Plaats van handeling: het kruispunt bij de Jumbo-supermarkt aan de Van Kollaan. Het nieuwe verkeersplan in Goor is bedoeld om de veiligheid te vergroten en de snelheid eruit te halen. Dat tweede lukt prima, maar of het er ook veiliger op geworden is……

Elke inwoner van Goor is hard toe aan een bijspijkercursus ‘wie heeft waar en wanneer voorrang en waarom’. Ik ook. Zo reed ik op m’n fiets richting centrum door de Wijnkamp toen er opeens een auto uit het straatje bij de Bumac kwam. Bijna de trappers achter m’n oren. Natuurlijk had de auto voorrang. Maar het gebeurde me ook al toen ik richting de Scherpenzeelseweg fietste door de Patrijzenstraat. Volgens mij heb ik voorrang op het verkeer dat uit de Roerdompstraat komt. Daar dacht een automobilist anders over. Weer met de kop op het stuur. Ook zo’n lekker punt: de T-splitsing bij tankstation Gerritsen. Staan de bestuurders van diverse voertuigen elkaar ook regelmatig aan te kijken.

Het is ons allemaal geleerd en het zit ook nog wel ergens. Goed verstopt, dat dan weer wel. Door Goor rijdend is het toch vooral voorzichtigheid troef en kijken wat een ander doet. Het is wennen aan het nieuwe verkeerscirculatieplan, heel erg wennen. Er zijn al een paar (relatief) kleine ongelukken gebeurd. Ik heb ook twee kinderen die fietsend naar school en sporttraining gaan. Je houdt je hart toch af en toe vast, zeker als je zelf regelmatig door Goor fietst of rijdt. In het vroegdonker van nu, dat ook nog eens.

Je krijgt toch steeds meer het vermoeden dat het nieuwe plan vooral is uitgedokterd achter een tekentafel. Dat in theorie alles tot ver achter de komma zal kloppen, maar dat de praktijk toch iets weerbarstiger is. Tientallen jaren beweeg je je op een bepaalde manier voort door je woonplaats en opeens is het veranderd. De automatismen zijn er niet zomaar uit met een verkeersbord of andere bestrating. In het verkeer gaat het vaak om fracties van seconden. Als gevoel en verstand dan met elkaar botsen, is de reactie vaak te laat. Ik ben er wel klaar mee. Ik rem overal voor: of ze van links, rechts, achter of voor komen. En een boodschap doen in Goor, leert dat ik niet de enige ben.

Bert Schabbink

Met de OAD naar Oost’nwiek

welbeschouwd1

Tijdens mijn lagere schooltijd op de Albatros zat Julius ter Haar een paar jaartjes onder mij. Voor Julius wachtte een, min of meer, voorbestemde loopbaan. Ooit zou hij de hoogste baas van de OAD worden, zoals zijn vader dat ook was. Mij werd vooral duidelijk gemaakt wat ik niet moest doen. ‘Aj bakker wordt, of begint te rook’n, dan brek ik oe alle butte’, liet mijn vader niets aan duidelijkheid over. Het lot besliste dat Julius deze dagen de kopzorgen van een enorm faillissement met zich meedraagt, ik moest biljarten bij Dieka van de Kruusweg.

Dieka van de Kruusweg. Net als OAD een stevige poer onder het fundament van onze regio. De strijd op het rode laken (ongelogen waar!) speelt zich al jaren af in een klein discozaaltje. Aan de wand een schilderij met een voluptueuze naakte vrouw, op de rug gezien. Het ontlokte mij de opmerking dat ik al jarenlang ‘teeg’n dat dikke gat an kiek’. De hapjes, blokjes kaas en diverse soorten plakken worst, worden geserveerd uit een plastic bakje. Netjes vantevoren gesneden. Het flesje bokbier is van 2012. Maar nog goed tot 2014, bezweert eigenaar Jan. Het smaakt prima.

Op z’n boerenfluitjes lijkt hier uitgevonden. Het biljarten is bepaald niet de hoofdzaak bij Dieka. Toch is Jan vriendelijk en gastvrij. De man die elk weekeinde een enorme horde uitgaanspubliek in toom houdt, heeft een grappig accent. Waar een normale sterveling naar Oostenrijk gaat, spreekt hij van Oost’nwiek.

Julius rondde na de Albatros het VWO af. Toen volgde een private studie in Londen en de eerste stappen binnen de OAD. Vanaf 2009 is/was Julius ter Haar topman van OAD. Een navigatiesysteem had Ter Haar jr niet beter op de plek kunnen brengen. Mijn studieloopbaan was te vergelijken met een ritje door het Goorse centrum van nu. Maar ook ik haalde uiteindelijk het VWO. En werd geen bakker. En rook ook niet. Contact hadden en hebben Julius en ik eigenlijk nooit gehad. Op wat beleefdheidsgesprekjes tijdens Schoolfeest na dan.

Natuurlijk was de ondergang van de OAD ook onderwerp van gesprek aan de geïmproviseerde stamtafel tijdens onze biljartwedstrijd. Jan vroeg ik of Julius kende. En waar hij na de lagere school was gebleven. Ik mompelde iets over ‘internationale school’. Jan keek bedenkelijk. ‘Ging hij wal oet? Ik heb hem hier nooit e zeene’.  Ik haal het beeld van een, tegen de tranen vechtende, OAD-directeur weer voor me. Misschien dat het anders was gelopen als Julius zich wel regelmatig had gelaafd aan de geneugten van Dieka. We zullen het nooit weten.

Bert Schabbink

Gaat ‘De Ster’ weer stralen?

welbeschouwd1

Het was de warmste (na)zomer sinds mensenheugenis. Op en top terrasweer. Maar in Goor zit het belangrijkste terras potdicht. ‘Wegens omstandigheden gesloten’ prijkt er op een briefje. Deze week worden de deuren heropend. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Natuurlijk gunt iedereen de familie Weerkamp het allerbeste, maar er wordt afgetrapt met een vervelende achterstand.

Misschien was het vlaag van helderziendheid? Zelf denk ik eerder aan een mengeling van koppigheid en alcoholische beneveling. We schrijven donderdagavond 27 juni. Vrijdagmorgen 28 juni mag ook. Inderdaad, Schoolfeest. Ik wil een paar biertjes bestellen aan het schap bij De Ster. U raadt het al: geen blauwe muntjes. Of ik even naar buiten wilde gaan om mijn geld via een automaat om te wisselen in muntjes. Maar dat muntje viel net even verkeerd. Achter het schap stond gewoon een kassa. Met gewoon personeel. En ik had gewoon geld. Dus vond ik dat ik gewoon met ‘normaal geld’ moest kunnen betalen.

Na wat gesoebat kwam het goed. Er zijn nogal wat bezoekers die dat weekeinde blauwe muntjes hebben gekocht. In een enkel geval zelfs behoorlijke aantallen. Die kunnen nu dus fluiten naar hun consumpties en, belangrijker, geld. Iedereen begrijpt wel dat een startende ondernemer niet met een dergelijk lijk in de kast wil beginnen, maar echt lekker is de situatie natuurlijk niet. Het is geen fijn gezicht als je het nachtkastlaatje opentrekt en maandenlang tegen blauwe munten aankijkt die van de ene op de andere dag waardeloos zijn.

De Schoolfeestvierder zal zich volgend jaar wel twee keer bedenken als het op muntjes kopen aankomt bij de Ster. De nieuwe uitbaters doen er verstandig aan om dat (klein)leed op wat voor manier dan ook iets te verzachten. Al was het alleen maar om een goede binnenkomer te hebben. Want de Ster staat er door de gebeurtenissen van de laatste weken ‘niet goed op’. En da’s niet alleen door de muntjeskwestie. De turbulente wisseling van de wacht, het sluiten van de deuren: het heeft niemand goed gedaan. Met de beschuldigende vinger wijzen is niet relevant, wel mogen alle betrokkenen zich die lege plek middenin Goor aanrekenen. De zon had daar moeten schijnen, niet een kale ster.

Bert Schabbink

Uit het leven van een stoeptegel…

welbeschouwd1

Het leven van ons hoort eentonig te zijn. Gewoon liggen om er te liggen. We bieden bescherming aan voetgangers tegen het gemotoriseerde verkeer. Soms zijn we speelterrein voor kinderen, worden we geschminkt met krijt. Soms poept er een hond op ons hoofd. Veel meer afwisseling hebben we niet.  Ik heb de pech dat ik aan, of in, een Goorse straat lig.

Ik word vaker uit m’n zandbed gelicht dan me lief is. Veel vaker. ‘Never a dull moment’ in het leven van een Goorse stoeptegel. Je ligt er net in, of je wordt er alweer uit getakeld. Ik heb leren leven met bilspleten van stratemakers als uitzicht. Ik wil geen afgezakte broeken meer. En fluoriserende hesjes. Waar zijn de korte rokjes? 

Als er een busje uit Westerhaar of Vroomshoop bovenop me parkeert, weet ik voldoende. Lig ik weer op m’n buurman in plaats van ernaast. Soms wekenlang.  Dan hoor ik de baas van de stratemakers praten. “Nee, ik weet ook niet wat hier de bedoeling van is. Gewoon die keien erin rammen. Volgens het plaatje. Niet bij nadenken, het moet er over een half jaar toch weer uit”.  

Verkeerscirculatieplan. Alleen Goorse stoeptegels kennen dat woord. Omdat we het al heel vaak en heel lang gehoord hebben. Dan zien we auto’s weer van links komen, dan van rechts en dan van beide kanten. Zo hebben we een klinkerwijkje naast ons en dan een asfaltbuurtje. Om over vrachtwagens nog maar te zwijgen. Verbazing is ons vreemd geworden.

Lag ik maar in Amsterdam. Dan had ik nog een sociale functie: dames van lichte zeden scheiden in prostituees en hoeren.

Maar ik lig in Goor. Alweer op een stapel. Er worden draden onder me door getrokken. Glasvezel.  Voor supersnel internet en spiegelheldere TV.  Morgen mag ik naar m’n plaats. Na een paar klappen met een rubberen hamer op m’n kop. Het wachten is dan op mannen in nette pakken, die praten over verkeersstructuren. Of kabels die nog meer bits en bytes aankunnen. Daarna kijk ik weken schichtig om me heen tot het midden op de dag donker wordt. Het busje uit Vroomshoop of Westerhaar is er weer…..

Bert Schabbink

Pasfotopolitie

welbeschouwd1

Ik heb op deze plek al een keer eerder gefulmineerd over de pasfotopolitie op het gemeentehuis. Destijds moest ik drie keer de straat over voordat de mevrouw achter de balie akkoord ging. Het kan nog gekker, zo ondervond ik dit voorjaar.

Samen met mijn zoon naar Barcelona. Hij wilde Lionel Messi een keer in levende lijve zien. Zelf heb ik niets met dat eeuwigdurende tikkie-takka spelletje. Ben meer van de vliegende pollen in de Engelse lagere divisies. Maar goed, soms moet je jezelf opofferen. Dus samen op stap naar Barcelona voor een weekeindje. De avond voor vertrek blijkt mijn paspoort onvindbaar. Ik besluit, met m’n rijbewijs, op de bonnefooi af te reizen naar Schiphol. Waar het verhaal eindigt, dat zien we dan wel weer. Ik beland bij de marechaussee en mag reizen met een zogeheten ‘noodpaspoort’. Voor dat paspoort laat ik pasfoto’s maken in een automaat op het kantoor van de marechaussee. Er rolt een velletje met zes foto’s uit, met daarop een stempel dat ze geschikt zijn voor paspoorten. Alles in orde, afreizen naar Barcelona, prima.
Het noodpaspoort is maar kort geldig, dus naar het gemeentehuis om een nieuw reisdocument aan te vragen. Ik heb nog 4 pasfoto’s over op het velletje van Schiphol. Het keurmerk ‘geschikt voor paspoorten’ staat er nog keurig op. Ik meld me aan de balie en de formaliteiten worden afgewikkeld. Dan de pasfoto’s. De pasfotopolitie kijkt bedenkelijk. ‘Dat zou wel eens een probleem kunnen worden, die foto’s”. Ik probeer nog tegen te sputteren dat ze gemaakt zijn onder toezicht van de marechaussee en dat er een mooi stempeltje op staat. Maar ze is onverbiddelijk. ‘Uw oren zijn niet zichtbaar’. Over uitgeluld gesproken. Typisch gevalletje van: ‘computer says no’.  De straat maar weer over. Probeer maar eens uit te leggen dat je de oren ‘te plat aan de kop hebt liggen’.
Hoe het was in Barcelona? De aanvankelijk goedkope tickets werden dubbel zo duur omdat de wedstrijd ineens een dag werd verplaatst, Messi deed niet mee, hij was het voor het eerst in zes-en-een-half jaar geblesseerd. En tijdens de wedstrijd zijn we na een uur verkleumd het stadion uitgeregend. Onvergetelijk was het wel.

Unmeunig…

welbeschouwd1

En weer staat Goor op de kop. Nu eens niet vanwege een feestje. Er wordt gewerkt aan de weg. En hoe!! Alle kleuren van de regenboog sieren de Goorse straten. Een leger aan oranje hesjes heeft Goor geannexeerd. De rood-witte hekken schieten als paddestoelen overal uit de grond. Omgeven door een ongekend aantal gele omleidingsbordjes: ‘Het geet er unmeunig van’.

Ik moet er ook nog wel om lachen. Overal zie je auto’s wanhopig keren en draaien met vertwijfelde en vooral boze gezichten achter het stuur. Ook ik moest al een paar keer in de achteruit. Als je niet bekend bent in Goor, ben je beter af in de binnenstad van Amsterdam. Nog een geluk dat de Rellie niet in Diepenheim is uitgekomen. Alhoewel: dan hadden ze daar ook kunnen zien dat er kunst kan worden gemaakt zonder miljoenensubsidie. En hou er maar rekening mee: we zijn er nog lang niet.

Er gaat nog heel wat beton d’r in en d’r uit de komende tijd. Een nieuw verkeerscirculatieplan doet z’n intrede. De eerste gevolgen zijn al merkbaar. Op de Molenstraat bijvoorbeeld. Verkeer van rechts heeft nu voorrang. Het remt inderdaad de snelheid, maar om nu af en toe in een kleine file stil te staan is het andere uiterste. Er wordt gemopperd over te kleine parkeerhavens. Of het beter of slechter wordt, dat weten we gauw genoeg. Het gebeurt alleen wel op heel veel plekken tegelijk. Kortom, na het Schoolfeest is Goor weer terug op aarde. Of beter gezegd: in de aarde.

Was me het feestje trouwens wel, dat Schoolfeest 2013. Het blijft toch een soort godswonder dat er nauwelijks incidenten zijn. Er wordt flink gedronken, het kan niet gek genoeg gaan. Duizenden bezoekers. Maar een soort ‘flower-power’-gevoel is de baas. Alles mag. Feestvieren staat voorop. Dramm’n dooj ma een andere keer. Zoiets. Ik had het genoegen om op te trekken met twee topmuzikanten die toch behoorlijk wat gezien en beleefd hebben. Zij keken hun ogen uit. Waar elders in het land dergelijke festijnen regelmatig uitlopen op vechtpartijen en wanstaltigheden, blijft het ‘bij ons’ relatief vriendelijk. Een plasser in de bosjes, iemand die lallend naar huis zwalkt: veel meer is er niet van. En als er al iets van een opstootje dreigt, dan wordt het snel in de kiem gesmoord. De conclusie is elk jaar hetzelfde: ‘Wat ging ’t er weer van’. Dit jaar kunnen we in de overtreffende trap: ‘Het ging d’r unmeunig van’.

Bert Schabbink